De geschiedenis van Tenerife
De vergeten eilanden

Net zoals de rest van de Canarische Eilanden, is het een geschiedenis van een eiland dat lang buiten de geschiedenisboeken is gebleven door de afgelegen ligging.

De eilanden lagen ver achter de mytische Torens van Hercules in de Straat van Gibraltar en dat was volgens de overlevering in vele eeuwen het einde van de wereld. Dit heeft er voor gezorgd dat de geschiedenis van de Canarische Eilanden pas is opgeschreven vanaf de reizen van Columbus.

De eerste bewoners

De ‘Guanches’ is de inheemse bevolking van de eilandengroep van vulkanisch gesteente, een tropisch klimaat en veel zon. Deze zijn de oorspronkelijke bewoners van Tenerife.. Waar dit volk precies vandaan kwam is nog steeds niet helemaal duidelijk, maar men vermoedt dat ze afstammen van Berberstammen uit Noord-Afrika. Zo’n vierduizend jaar geleden zouden ze vanaf het Afrikaanse vasteland naar Tenerife en de andere Canarische Eilanden zijn overgestoken. De eerste mensen die overstaken waren van het Cro-Magnonras, later gevolgd door een mediterraan ras, de Majos. De Cro-magnon waren groot, licht van huidskleur en hadden blauwe ogen; de majos waren kleiner en hadden een donkerder huidskleur. De Cro-Magnon woonden vooral op Tenerife en Gran Canaria, de Majos vooral op Furteventura en Lanzarote.

Aanvankelijk waren de Guanchen verzamelaars en vissers, maar ca. 2000 jaar geleden gingen zij zich toeleggen op het verbouwen van grond, het houden van vee en gingen bovendien in groepen wonen. De hulpmiddelen die ze hadden waren alleen van hout en steen gemaakt, koper of ijzer kenden ze niet. Doordat ze hun kennis van de scheepvaart in de loop der tijd waren kwijtgeraakt hadden de Guanchen van de verschillende eilanden nauwelijks onderling contact. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat op de eilanden zelf verschillende groepen ontstonden, ieder met hun eigen leefpatroon en gebruiken. Tenerife was onder de Guanchen verdeeld in negen zogenaamde ‘menceynatos’: Abona, Adeje, Anaga, Daute, Güimar, Icod, Tacoronte, Taoro en Tegueste. Deze menceynatos werden geleid door de koning, de ‘mencey’, die weer werd bijgestaan door een raad van oudere mannen, de ‘tagoror’. De samenleving op Tenerife bestond uit drie groepen : de ‘achimency’ , die afstamden van van de mencey ; de cichiciquitzo : dit was de lagere adel en de achicaxna : dit waren de boeren. Begin 14e eeuw verschenen de eerste Europeanen ten tonele. Zij kwamen uit Castilië, Catalonië, Genua, Mallorca en Portugal. In 1312 zette de Genuees Lancelotte Mallocello voet aan wal op het eiland dat later Lanzarote zou gaan heten. Daarna bleef het bijna een eeuw stil rond de eilanden. In 1402 kreeg de Normandiër Jean de Béthencourt de opdracht van koning Hendrik III van Castilië om de Canarische eilanden te veroveren voor de Castiliaanse kroon.

Daarna brak een slechte tijd aan voor de eilandbewoners. Door de ziekten die de Spanjaarden meebrachten stierven er velen. De Guanchen die overbleven werden tewerkgesteld op de suikerraffinaderijen of verkocht als slaven op de slavenmarkten van Sevilla en Valencia. De grond van de Guanchen werd verdeeld onder enkele grootgrondbezitters en alleen Guanchen die hadden meegevochten met de Spanjaarden hielden nog wat privileges over, maar vermengden zich uiteindelijk met de Spaanse veroveraars.

Vanaf de Zestiende eeuw

Negatief was dat de Canarische eilanden ook gebruikt werden als tussenstop van de slavenroute naar Amerika. Zowel de scheepvaart als de eilanden zelf hadden in de 16e en 17e eeuw erg te lijden onder de piraterij. Zilvervloten uit Amerika werden leeggeroofd en nederzettingen op de eilanden werden regelmatig geplunderd. In 1704, 1705 en 1706 werd Tenerife geteisterd door zware vulkaanuitbarstingen. In 1715 ontstond er een crisis in de wijnbouw waardoor veel inwoners van Tenerife werden gedwongen naar Latijns-Amerika te emigreren. In 1744 werd in La Laguna de eerste universiteit van de Canarische Eilanden geopend. Begin 18e eeuw brokkelde het Spaanse wereldrijk steeds verder af en werd overgenomen door het Britse rijk. Toch lukte het de Spanjaarden om de Canarische Eilanden te behouden, ondanks aanvallen van admiraal Edward Blake op Tenerife en zelfs de aanval van de beroemde Horatio Nelson werd afgeslagen. In 1822 werd Santa Cruz de Tenerife na La Laguna de nieuwe hoofdstad van de Canarische Eilanden.

Economische groei en verdeling in twee provincies Ondertussen werd de strategische ligging van de eilanden steeds gunstiger. In de 19e eeuw werd er op grote schaal geïnvesteerd in de economie van de eilanden en ook de instelling van vrijhavens in 1872 was van groot belang. Een nadeel was dat de eilanden volledig afhankelijk waren van de internationale economische en politieke situatie. Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog was het dan ook geen wonder dat Engelse en Duitse onderzeeboten op de loer lagen voor de Canarische havens. Tussen 1880 en 1918 werd de eilandengroep politiek gedomineerd door de Canarische Liberale Partij onder leiding van Fernando León y Castillo. Na zijn dood laaide het altijd al aanwezige conflict tussen Tenerife en Gran Canaria op om de heerschappij op de archipel. Men kwam daar niet uit en uiteindelijk werd besloten om de eilandengroep te verdelen in twee provincies: de westelijke provincie Santa Cruz de Tenerife met verder El Hierro, La Gomera en La Palma, en de oostelijke provincie Las Palmas de Gran Canaria met verder Fuerteventura en Lanzarote. Dat er nog steeds een gezonde wedijver is tussen de twee provincies mag duidelijk zijn.

Cultuur

De cultuur van Tenerife (en alle Canarische eilanden) is een mooie mengeling van Spaanse en Zuid-Amerikaanse invloeden, gestut door een flinke bodem oorspronkelijke (lees: Guanchen) eilandcultuur. Dat levert een rijk cultureel leven op met veel aandacht voor traditie met religieuze feesten, fiëstas, en festivals. De romería's, bedevaarten, behoren tot het zorgvuldig bewaard cultureel erfgoed van Tenerife. Iedere stad, dorp en ook beroepsgroep heeft wel een beschermheilige die aanbeden en gevierd moet worden. Mensen trekken, gehuld in klederdracht, met praalwagens door de straten, er wordt gedanst, gegeten en wijn gedronken. Die van San Isidro geldt als de belangrijkste en vrolijkste romería van het eiland.

Tijdens het jaarlijkse carnaval in februari/maart komt het diepgewortelde verlangen naar feest en rituelen tot uiting. Tijdens het regime van Franco was carnaval officieel verboden, maar officieus ging het, weliswaar in het geheim en in afgeslankte vorm, toch door. Na zijn dood in 1975 werd carnaval, mede door Zuid-Amerikaanse invloeden, een groot volksfeest dat geldt als 'het beste carnaval op dat van Rio de Janeiro na'. Historisch is het carnaval van 1987 in Santa Cruz waar de beroemde zangeres Celia Cruz optrad en honderdduizenden mensen gezamenlijk dansten, een feest dat een vermelding in het Guiness Book of Records haalde. De Semana Santa, de Stille Week waarin men treurt en boete doet, wordt groots gevierd met boetetochten over het hele eiland. Vooral de boetetochten van La Laguna zijn bekend.

Kerken die zeker de moeite van een bezichtiging waard zijn: Nuestra Señora de la Concepción en Santa Domingo in La Orotava, Santa Ursula in Adeje, San Fransico in Puerto de la Cruz, San Marcos in Icod de los Viños en Nuestra Señora de la Conceptión in La Laguna.

De beroemdste kunstenaar van de Canarische eilanden is César Manrique, een beeldhouwer, schilder en architect van Lanzarote die in 1992, 73 jaar oud, overleed. Hij was één van de pioniers van de moderne kunst in Spanje. Na zijn jonge jaren, hij diende als vrijwilliger onder Franco, ging hij studeren en vertrok later naar New York om in 1968 terug te keren naar zijn eiland. Zijn grote verdienste is dat hij, overtuigd als hij was in de harmonie tussen natuur en architectuur, ervoor heeft gezorgd dat enkele Canarische eilanden, met name Lanzarote, er mooier uit zijn gaan zien. Hij overtuigde de overheden ervan dat hoogbouw en grote reclameborden een ernstige vorm van horizonvervuiling waren en kreeg daardoor de opdracht op Lanzarote zeven toeristische centra naar zíjn ideaal te creëren. Op Lanzarote werd sindsdien niet hoger dan vier verdiepingen gebouwd. Op Tenerife maakte hij schilderingen, monumenten en andere bouwwerken, waarbij de zwembassins in Puerto de la Cruz, Lago Martianez, nog steeds een wonder van schoonheid zijn in de betonnen woestenij van hotels en appartementencomplexen. Op La Gomera bouwde hij een schitterend uitkijkpunt, een mirador, met restaurant en tuin. Dit ligt bovenaan het dal van Valle Gran Rey.

Belangrijke persoonlijkheden op de canarische eilanden

Jean de Béthencourt

Jean de Béthencourt (1359-1425) kwam oorspronkelijk uit Normandië in Frankrijk. Hij werd in opdracht van Hendrik III van Castilië belast met de verovering van de Canarische Eilanden. Hierin werd hij vergezeld door Gadifer de la Salle, met wie hij reeds had deelgenomen aan een kruistocht tegen Tunis in 1390. De door hem verzamelde vloot vertrok uit La Rochelle in 1402 voor hun expeditie. De eerste eilanden van de archipel die hij zag noemde hij Graciosa (= de bevallige) en Alegranza (= vreugde), hoewel het hier ging om slechts twee dorre, rotsachtige eilandjes. Maar hij deed dit uit volledige geestelijke verukking. Toen ze korte tijd later in Lanzarote aanlegden, ondervonden ze weinig weerstand, wat het hun mogelijk maakte het eiland in een zeer korte tijd te veroveren. In datzelfde jaar keerde Bethencourt weer terug naar Spanje, om versterking te halen voor de verovering van de volgende eilanden. Zijn medegezel Gadifer was niet erg blij dat Hendrik III hem tijdens dit bezoek de titel "Koning van de Canarische Eilanden" gaf en hij nam vanaf dat moment niet meer deel aan verdere veroverings pogingen. Daarom is uitsluitend aan Bethencourt te danken , dat in 1405 het eiland Fuerteventura werd onderworpen. Het volgende eiland werd dan El Hierro. Kort daarna liet Bethencourt de eilanden met Franse boeren uit Normandië en Spanjaarden bevolken. Het christendom had dus zijn intrede gedaan, en alle oorspronkelijke bewoners werden zonder uitzondering eenvoudigweg bekeert. Maar toch bleef Bethencourt niet op de eilanden. Nadat hij zijn neef Maciot de Bethencourt in 1406 tot onderkoning van de eilanden had benoemd, keerde hij terug naar Frankrijk, waar hij in 1425 stierf op zijn kasteel in Granville

Beatriz de Bobadilla

Als eenvoudige hofdame had Beatriz de Bobadilla (tweede helft van de 15e eeuw), de vrouw of minnares van meerdere mannen die deelnamen aan de verovering van de Canarische Eilanden, veel invloed in het lot van deze eilanden. Ze haalde zich de woede van Isabella van Castilië , echtgenote van de Spaanse koning Ferdinand van Aragon, waarvan ze de minnares was, op de hals. Bij de eerstvolgende gelegenheid zorgde Isabella van Castilië ervoor, dat zij verlost werd van haar rivaal. En op de volgende manier: Hernán Peraza de Jongere werd ervan verdacht de veroveraar van het eiland Gran Canaria te hebben vermoord. Hij werd slechts op een voorwaarde vrijgelaten. Hij zou moeten trouwen met Beatriz de Bobadilla en haar meenemen naar La Gomera. Deze stemde toe, en heerste op Gomera, zonder rekening te houden met de plaatselijke bevolking. Deze sloegen echter terug en tijdens een opstand in 1488 werd Hernán gedood. Beatriz bleef dan nog alleen de mogelijkheid om zich in het Torre del Conde met haar kinderen te verschansen tot de gouverneur van het eiland Gran Canaria haar tot hulp kwam. Opstandelingen werden op een even genadelose als wrede manier geëxececuteerd. Als meesteres van Gomera ontving Beatriz de Bobadilla ook een aantal keren Christopher Columbus. Hij werd telkens met vuurwerk en artillerievuur Begroet. Het is niet duidelijk geworden of de twee ooit iets met elkaar hadden. De volgende romance van de Spaanse hofdame is echter wel duidelijk aangetoond. Alonso Fernández de Lugo werd haar man in 1498. Beatriz de Bobadilla heeft door haar uitwerking een blijvende indruk op La Gomera achtergelaten, zodat haar schilderij tot nu toe een ereplaats inneemt in het Parador boven de hoofdstad San Sebastian. La Gomera draagt wel de bijnaam Isla Columbina.

Christoffel Columbus (Italiaans: Cristoforo Colombo, Spaans: Cristóbal Colón)

Hij is afkomstig uit Genua en bezocht de Canarische Eilanden meerdere malen op zijn ontdekkingsreizen. Zijn droom om een westelijke route te vinden naar India werd gekenmerkt door obstakels. Hij ging naar Lissabon in 1476. Om daar de nodige middelen te verkrijgen. Ze weigerde hem echter consequent. Dus wendde hij zich tot Spanje in 1485. Echter, de toenmalige vorst, Ferdinand van Aragon, en zijn vrouw konden uiteindelijk na veel geharrewar in 1492 een overeenkomst met Columbus sluiten, die hem tot onderkoning van de te ontdekken landen maakte. Bovendien kreeg hij 10% van alle verwachte winst. Hij begon in hetzelfde jaar zijn eerste ontdekkingstour, waar hij vermoedelijk eerst de haven van Las Palmas de Gran Canaria binnenvoer. Hij moest voor de overtocht over de Atlantische Oceaan nog water en voedsel aan boord nemen en de schepen nog een laatste keer laten nakijken. Uit zijn logboek blijkt dat hij op weg naar La Gomera getuige was van een uitbarsting van de Teide, toen hij Tenerife passeerde. In 1506 stierf Christoffel Columbus in Valladolid op het Spaanse vasteland, nadat hij reeds als een zieke man in 1504 terugkeerde van zijn vierde oversteek.

Alonso Fernández de Lugo

Een van de belangrijkste rollen in de verovering van de Canarische Eilanden was weggelegd voor Alonso Fernández de Lugo (1456-1525). De Lugo had al deelgenomen aan de verovering van het eiland Gran Canaria, en kwam op 1 mei 1492 met 1000 manschappen aan op Tenerife. In eerste instantie zag het er goed uit voor hem, en hij vierde het ene succes na het andere. Maar hij leed in de Barranco de Acentejo een enorme nederlaag. De verovering van het eiland La Palma in 1492/1493, was niets in vergelijking hiermee. Daarom begon hij opnieuw in 1494 met de verovering van Tenerife. Zoals voorheen was de tegenstand hard en onverbiddelijk, zodat het tot 1496 duurde, voordat het eiland bijna volledig onder controle werd gebracht. Zijn residentie werd in hetzelfde jaar in La Laguna gebouwd. Hij trouwde met Beatriz de Bobadilla in 1498 en was een meester in het heersen en regeren van het eiland. Of hij, zoals uit de mening van velen blijkt, een avonturier is geweest, blijft controversieel. Feit blijft echter, dat hij roekeloos tegen de inboorlingen optrad, en dat hebzucht en rekeningen innen zijn belangrijkste drijvende kracht vormden. In de Santa Iglesia Catedral de la Laguna wordt tot op heden zijn stoffelijk overschot bewaard.

Tomás de Iriarte

Er zijn weinig persoonlijkheden van de Canarische Eilanden, die een naam hebben, die ver buiten deze eilanden uitreikt. Een van hen is Tomás de Iriarte. Hij werd geboren op 18 September 1750 op Tenerife en was niet alleen bekend als vertaler, maar ook als schrijver. Hij vertaalde onder meer de 'Ars Poetica' van Horatius in het Duits en schreef het beroemde gedicht "La Musica", evenals de beroemde „Fábulas literarias“ waarin hij de mistoestanden die er in de literatuur heersten aan de kaak stelde. Met dit gedicht wilde hij het lezend publiek wat smaak bijbrengen. Het uitbundige leven van de edelen was hem altijd een doorn in het oog en hij prees de vlijtigheid van de werkende klasse. Dit bracht hij tot uiting in zijn geschreven theaterstukken. Hij verliet de Canarische Eilanden op 13 jarige leeftijd en ging naar zijn oom in Madrid, want zijn literair talent werd al vroeg ontdekt. Daar voltooide hij dan zijn opleiding. Na enige tijd werkzaam als vertaler bij het secretariaat van Staat, ging zijn loopbaan verder als archivaris. Hij stond met vele beroemde schrijvers van zijn tijd in actief contact, omdat hij lid was van de beroemde literaire kring "Fonda de San Sebastián. Op Tenerife, herinnert tegenwoordig een straat aan de in Puerto de la Cruz geboren eilandbewoner, en ook daar kan zijn inmiddels gerestaureerde geboortehuis worden bezocht. Tomás de Iriarte overleed op 17 September 1791 in Madrid.

César Manrique

César Manrique is wel de meest beroemde schilder, beeldhouwer en architect van de Canarische Eilanden. Hij werd geboren op Lanzarote en zette op de Canarische Eilanden vele accenten die aanleiding gaven tot de constructie van veel gebouwen en complexen zoals het Lido San Telmo of het Playa Jardin Puerto de la Cruz op Tenerife, die beide werden gebouwd na zijn ontwerpen. Als nog onbekende kunstenaar begon hij zijn carrière op de Canarische Eilanden met tentoonstellingen. Maar hij verhuisde in 1945 naar de school voor hoge Kunsten in Madrid, waar hij studeerde. Zijn tentoonstellingen en zijn successen waren niet beperkt tot het Spaanse grondgebied, ook in de abstracte schilderkunst bleef zijn populariteit groeien. Ook in andere steden in Europa, de Verenigde Staten van Amerika en Japan kan men zijn kunst bewonderen. Hij kreeg een aanstelling aan het Internationaal Instituut voor Beeldende Vorming in New York, waar de toen al bekende kunstenaar in 1965 naartoe verhuisde. Het door hem opgerichte museum voor hedendaagse kunst bevindt zich tot op de dag van vandaag nog altijd op Lanzarote, waar hij zich in1968 vestigde. Op de Canarische Eilanden voelde hij zich een mens, wilde zich ontwikkelen en zette dit ook om. Hij werkte mee aan vele bouwprojecten op Tenerife en Lanzarote, en kon zijn visie hier ook omzetten. Hij zette zich ervoor in te zorgen dat zijn eigen Lanzarote beschermd werd tegen de totale verbouwing, maar daarin was hij niet volledig geslaagd. De ergste zonden tegen het milieu konden echter door zijn toedoen worden vermeden. Hij heeft altijd geprobeerd om zich aan de gebruikelijke bouwtradities in zijn geboorteland aan te sluiten en zich te houden aan de natuurlijke situaties. Dientengevolge zou zijn architectuur voor het oog een eenvoudig samenhangend beeld met de natuur moeten opleveren. Hij werd begraven in Haria op Lanzarote, nadat hij overleed na een verkeersongeluk met zijn auto in 1992.

Thor Heyerdahl

Thor Heyerdahl (1914 - 2002) komt oorspronkelijk uit Noorwegen, en werd bekend als etnoloog en ontdekkingsreiziger. Hij realiseerde op Tenerife één van zijn laatste grote projecten. Zo nam hij in 1990 het standpunt in dat de piramiden in Güimar de schakel zijn tussen de in Zuid-Amerika en de in Egypte gebouwde piramiden. Hij onderstreepte zijn betoog dat niet alleen de vorm van de piramiden maar ook de vormgeving van het dagelijks keramiek een aantal parallellen vertonen. Daarom moet er al een lange tijd voor Christoffel Columbus een uitwisseling hebben plaatsgevonden tussen de volkeren aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. In 1970 slaagde hij met zijn poging om met een 14-voet lange papyrus boot, de "Ra II", en een internationale crew de Atlantische Oceaan over te steken. Hij bewees dat het theoretisch mogelijk was 5000 jaar geleden de Atlantische Oceaan over te steken. Het was niet de enige expeditie in zijn soort. Hij ondernam eerder een poging met de "Ra", hij onderzocht met de rieten boot "Tigris" de handelsroutes van de Sumeriërs en zeilde met een Balsaboot, zoals de Indianen die gebruiken, van Peru naar Polynesië. Hij probeerde altijd zijn stellingen en beweringen met passende daden te bewijzen. De erkenning, die hij door zijn werk kreeg, is duidelijk zichtbaar in de vele eredoctoraten die hij ontving, ook al konden niet al zijn theorieën wetenschappelijk worden onderbouwd.

Folklore

De traditionele folklore heeft spaanse, portugese en invloeden van de inheemse bevolking. De typische muziek en dansen bestaan uit een fusie van verschillende ritmes, waarin ook latijns-amerikaanse ritmes een grote rol spelen. Het traditionele muziekinstrument is een kleine gitaar met vier of vijf snaren.

Festivals

Het grootste folkloristische festival vindt plaats in september in La Laguna en heet Festival Sabandeño.

Een ander bekend festival, Festival Internacional de la Historia, wordt in augustus op het strand Playa de los Cristianos gevierd. De geschiedenis van de vulkanen op Tenerife heeft een belangrijke datum, ongeveer 100 jaar geleden met de uitbarsting van de Chinyero in 1909. Wat de bevolking voor 10 jaar in onzekerheid heeft gehouden.

Museums
Museo de la Ciencia y el Cosmos.

Een plek waar men de wetten van de wetenschap op een onderhoudende en leuke manier kan leren kennen dankzij de interactieve experimenten waaraan het hele gezin kan meedoen.

THE MUSEUM OF SCIENCE AND THE COSMOS (MCC) AVDA. LOS MENCEYES, 70 38200 LA LAGUNA Tel. 0034 922 31 52 65 TEA

Tenerife Espacio de las Artes.

Met een oppervlakte van bijna 21.000 vierkante meter is in deze culturele ruimte ook het Instituto Óscar Domínguez, het Centro de Fotografía Isla de Tenerife en de Biblioteca de la Red Insular gevestigd. Het hele jaar door worden hier workshops voor kinderen georganiseerd.

TEA AVDA. DE SAN SEBASTIÁN, Nº 10 38003 SANTA CRUZ DE TENERIFE Tel. 0034 922 84 90 57

Museo de la Naturaleza y el Hombre.

Dit museum geeft uitgebreid informatie over de cultuur van de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden en bezit een grote collectie archeologische resten, voorwerpen en gereedschappen die door hen werden gebruikt. De mummies van de guanchen zijn een van de belangrijkste bezienswaardigheden. Het museum biedt ook activiteiten voor kinderen en het hele gezin, en organiseert zelfs bivaktochten met nachtelijke activiteiten in het museum.

MUSEO DE LA NATURALEZA Y EL HOMBRE C/ FUENTE MORALES, S/N 38201 SANTA CRUZ DE TENERIFE Tel. 0034 922 53 58 1